Grenzeloze Strijder Stil – Voorbeeld

‘Gaat het?’ roept Dave die mij blijkbaar terug zag komen en zo te zien bijna over de rand hangt.
Ik vlieg naar hem toe. ‘We gaan, ik weet genoeg.’
‘Vertel, wat is daar? Wat hoorde ik?’
Ik negeer zijn vraag. ‘Spring op mijn rug, we gaan naar de auto.’ Inmiddels giet het, ontelbare dikke druppels maken ons binnen enkele seconden doorweekt. Daar hadden we niet echt op gerekend, anders hadden we wel meer dan een trui aan getrokken. De wagen staat aan de zijkant van dit terrein, zeker een kilometer verderop, maar vliegend met Dave op mijn rug zijn we er zo. Ik zet hem bij de rechter voordeur af. Zelf ga ik achter het stuur zitten. Mijn armen en hoofd parkeer ik enkele seconden tegen het stuur. Na een paar diepe ademteugen ga ik rechtop zitten.
‘Trek je trui uit,’ zeg ik dwingender dan bedoeld. ‘Je bent pas ziek geweest en nog niet helemaal beter. Ik wil niet dat je terug bij af bent.’ Ik geef hem een droge trui van mij van onder mijn stoel vandaan. Hij kleedt zich om zoals ik hem vroeg, zelf blijf ik eigenwijs in mijn natte kleding zitten. Dave bibbert, dat merkte ik buiten op mijn rug al. Ik start de auto en zet de verwarming aan. Ik kijk een laatste keer de kant op van de afgraving en rijd dan weg. Onderweg kijkt Dave mij hoopvol aan. Hij wil natuurlijk weten wat ik heb gezien.
‘We gaan Tom hard nodig hebben.’
‘Waarom?’
‘Ik ben bang dat we ons oude leven terug krijgen.’
Dave reageert geschrokken, daar zitten we beiden niet op te wachten.
‘Ach, die pijnstillende troep raakt anders toch over de datum,’ zeg ik om de harde realiteit luchtiger te maken. Dave reageert niet. Hij zit er al meteen mee in zijn maag. Hij heeft mij zeker begrepen zonder de details te weten.

Scroll naar top